[toneel] Wat een heerlijk… koude dag
Opnieuw werden mijn plannen in de war geschopt, en opnieuw kwam het uit op een manier die nog veel beter paste dan het vorige plan.
Ik zou naar Amsterdam, eerst om een vriend te ontmoeten ‘s avonds theater. Toen de afspraak met de vriend wegviel, stond ik in dubio: voor anderhalf uur theater helemaal naar Amsterdam?
Ik sprak wat vrienden via Facebook en sms: heb je tijd?
En ja hoor. ‘s Middags sprak ik af met mijn oude baas, bij wie ik in het tweede jaar van de hogeschool een korte stage heb gelopen. Zoals hij ook al zei, het was alsof we het gesprek na tien jaar gewoon voortzetten, zonder problemen of tijd ertussen. Da’s mooi.
Hij moest rond vier uur weg en ik ging even naar het Waterlooplein, dat al werd afgebroken. Bij een van de weinige stalletjes die nog open waren, kocht ik een wollen, met fleece gevoerde vestjas, heel fijn. Het plensde van de regen en ik liep naar de Reguliersdwarsstraat op zoek naar een leuke homocafe om de uren tot mijn eetafspraak af te wachten.
Dat lukte en ik spendeerde twee uren in ‘t Dwarsliggertje, waar ik de barjongen ervan probeerde te overtuigen een boek te komen en langs te komen bij mijn signeren en getuige was van het schoonmaken van de biertaps.
Daarna kwam Jorrit langs en gingen we pizza eten vlakbij, waar ik graag eet als ik in Amsterdam ben. Het was hartstikke leuk en rond een uur of acht liepen we richting het Betty Asfalt Complex op de Nieuwezijds Voorburgwal. Daar nog wat gedronken en toen moest Jorrit naar huis en raakte ik in gesprek met een theaterliefhebber naast wie ik op de eerste rij ging zitten. Ik wilde wel zeker weten dat Mike Starink wist dat ik er was.
Het stuk was heel verrassend. Klein, wat mij enigszins ongemakkelijk maakte omdat ik er bijna letterlijk met mijn neus bovenop zat, heel intiem (tot het punt waar ik me nog ongemakkelijker voelde omdat ik getuige was van iets dat eigenlijk achter deuren hoort) en bij vlagen hilarisch zonder absurd te worden.
Twee acteurs, een scene, een set. Geen pauze. Af en toe werd duidelijk gemaakt dat ze zich ervan bewust waren dat ze het voor een publiek speelden, wat een surrealistisch tintje gaf. Ter illustratie:
Ard-Jan: “Ik heb wel zin om naar de Prik te gaan nu.”
Michiel: “Nu? Dat kan toch niet!”
Ard-Jan: “Hoezo niet?”
Michiel: “We hebben publiek!”
Ard-Jan: “Oh ja.”
En vervolgens merk je verder helemaal niets van het feit dat ze publiek hebben, behalve als er een soortgelijke opmerking gemaakt wordt.
Het waren duidelijk twee verschillende karakters met verschillende visies, hoewel ik zonder een duidelijke uitleg van het kaliber “ik ben gewoon heel onzeker” had gekund. Show, don’t tell! Jeroen Bos speelde wat natuurlijker dan Mike Starink, maar Mike had een betere komische timing en wist puur met de snelheid van spreken een zin heel grappig of ontroerend te maken.
Uiteindelijk vond ik het einde wat abrupt en het voelde alsof er eigenlijk niets veranderd was, maar het was zeer leuk om te zien, te zien hoeveel plezier ze erin hadden en te genieten van Paul Haenens scherpe humor.
Na afloop zat ik in de foyer te wachten of er nog iets zou gebeuren en verdomd, Dammie, Pauls partner en de producer kwam naar me toe, vroeg of ik Micha was, en toen ik dat bevestigde meldde hij dat Mike zo even naar me toe zou komen en alles.
Niet veel later zat ik met iedereen om de tafel te praten, een beetje over mijn boeken en leven en een beetje over andere dingen, best gezellig allemaal. Er was weinig concreet maar ze wilden me wel graag interviewen voor het programma van Margreet Dolman/Paul Haenen. Helaas was mijn schema nogal vol, maar daar zouden ze nog over bellen.
Ik hoef natuurlijk niet te zeggen dat ik nogal tevreden huiswaarts keerde.